Een les in loslaten

19 september 2025

Door Jesse Nutma


Ik ben niet per se angstig aangelegd. Natuurlijk voel ik weleens lichte spanning; vlak voordat een kerkdienst begint die ik muzikaal mag begeleiden, of als een voetballer de verdediging van het Nehemia-voetbalteam heeft gepasseerd (wat bijna nooit gebeurt natuurlijk) en alleen de keeper nog voor zich heeft – en die keeper ben ik. Gezonde spanning, noemen we dat. Een natuurlijke lichamelijke reactie zodat je extra alert bent en goed bij de les blijft. Op momenten zoals hierboven kan gezonde spanning heel handig zijn.


Verder zoek ik spanning ook nauwelijks op trouwens. Ik ben het tegenovergestelde van een thrillseeker. Bungeejumpen, parachutespringen, of zulk soort eigenaardigheden zijn niet aan mij besteed. Risicomijdend is mijn tweede naam.


Maar … laatst heb ik iets gedaan wat misschien wel het spannendst was wat ik ooit heb gedaan. Met ons bandje mochten we de dienst en het koffieconcert begeleiden op de Admiraliteitsdagen. Toen we werden gevraagd, dacht ik direct: ja, dit moeten we doen! Wat een bijzondere gelegenheid om te mogen dienen, middenin Dokkum, op een prachtig evenement, met een groot koor en niemand minder dan Sharon Kips. Túúrlijk wilden we dat.

 

De dag voor de dienst was dat gevoel volledig omgedraaid. Ik – en volgens mij meerdere bandleden met mij – dachten: wat hebben we onszelf op de hals gehaald!


Repetitieavond na repetitieavond om de ruim twintig liederen (voornamelijk niet ons eigen repertoire) in ons systeem te krijgen; ik zag de bandleden vaker dan Lisanne (ik wou dat dit overdreven was …). Een zangeres die een paar dagen voor de dienst een heftige keelontsteking kreeg. Ik kon de week voor de dienst aan bijna niets anders meer denken dan de liederen, de zang- en pianopartijen. Twijfel aan mijn eigen kunnen, en daaruit voortkomende spanning namen mijn gedachten in bezit. Wat doe ik, een ongeschoolde pianist en zanger, op deze plek? Dit gaat mijn kunnen ver te boven. Ik ben niet goed genoeg. Heer, zoek alstublieft iemand anders voor deze taak.


Ik ben God dankbaar dat Hij voor de dienst duidelijk maakte dat het helemaal niet in onze handen lag, dat we de (ongezonde!) spanning en twijfel mochten loslaten en erop mochten vertrouwen dat Hij ons niet voor niets op deze plek had gezet, dat Hij ons wil gebruiken tot eer van Zijn naam.


Achteraf hadden we dit – en ik denk dat ik wederom voor de hele band spreek - nooit willen missen. De volle kade aan het Grootdiep die God bezingt en aanbidt, in de volle zon, met een prachtig koor en Sharon Kips. We werden gedragen.


En pas nu ik dit schrijf, bedenk ik mij dat dit prachtig aansluit bij het thema van de Admiraliteitsdienst, waarover Timo zo mooi sprak: ‘Lopen op het water’. Want dat is het. Leren vertrouwen, leren loslaten.


Geest van God, leer mij te gaan over de golven, in vertrouwen U te volgen, te gaan waar U mij heenleidt. Leid mij verder dan mijn voeten kunnen dragen, ik vertrouw op Uw genade, want ik ben in Uw nabijheid.

29 januari 2026
Door Timo van 't Ende Vanochtend werd ik wakker, en ik vond dat de wekker te vroeg was afgegaan. Gelukkig had Lies dezelfde mening. Dus snoozen dan maar, en dan na een paar minuten nog een keer snoozen. Mijn voornemen om elke ochtend tijd te nemen voor het lezen van de Bijbel en voor gebed is soms heel lastig. Lang genoeg snoozen zorgt voor tijdsnood, waardoor Lies en ik soms snel moeten handelen. Snel omkleden, snel ontbijten, snel vertrekken naar onze afspraken en te midden van al die haast is er een ding gesneuveld… Mijn belangrijkste afspraak van de dag: tijd doorbrengen met God. Stille tijd is zo belangrijk, de tijd doorbrengen met onze Vader, maar zo snel kan deze tijd het onderspit delven voor andere afspraken. We weten allemaal wel dat goede gewoontes zoals bijbellezen, bidden of echt tijd nemen voor een gesprek belangrijk zijn, maar zo vaak gaat het mis. Zo vaak komen we niet toe aan bijbellezen of zijn we tijdens gesprekken met onze echtgenoot of vriend meer bezig met de volgende afspraak dan met de persoon die voor onze neus staat. We zijn bezig met onze taken en gaan haastend door het leven. We vergeten om stil te staan. Dit deed me denken aan de ethische avond van afgelopen zondag over echtscheiding. Ik heb het nog even opgezocht, maar elk jaar eindigen in Nederland ongeveer 25 duizend huwelijken in echtscheiding. 25 duizend! Ik vind dat echt veel. Een aantal dingen vind ik bijzonder aan deze tendens. Ten eerste dat niemand aan zijn of haar huwelijk begint met de intentie om te gaan scheiden. Ten tweede dat iedereen hoogmoedig genoeg is om te denken dat het niet zou gebeuren in zijn of haar eigen huwelijk. De terugkerende vraag op zondagavond: hoe kunnen wij voorkomen dat ons huwelijk of de huwelijken van mensen om ons heen niet eindigen in een echtscheiding? Een echtscheiding begint, zoals een huisbrand, klein. Eerst is er een klein vlammetje en als je niet oplet staat op een gegeven moment je hele huis in de fik. Hetzelfde geldt voor ons huwelijk: de problemen beginnen klein. Het begint met een dag langs elkaar heen lopen. Het gaat verder met dagen waarbij alleen het noodzakelijke samen wordt besproken. Het gaat steeds verder, totdat je erachter komt of beseft dat je met een vreemde in een huis woont. Het begint klein maar de gevolgen zijn groot. Mijn voorstel is dus om net als met je auto, een APK in te plannen. Ga een keer samen naar een huwelijkscursus. Neem de tijd om écht met elkaar te praten. Doe iets leuks samen, iets wat niet noodzakelijk is. Wees open over de mooie dingen en de uitdagingen van je huwelijk bij je huiskring. Maak het bespreekbaar. Een huis in brand wordt lastig om te blussen, maar een vuurtje kunnen we samen blussen!
22 januari 2026
Door Renske Willems ‘Abba Vader, voor U is alles mogelijk.’ – Marcus 14:36 Nog voordat ik de tekst kan noteren, gaat Herman Boon alweer verder. Het tempo ligt hoog, en ik moet opnieuw even bij Alice spieken voor het bijbehorende Bijbelvers. We zitten met z’n drieën op een rijtje: Sheila, Alice en ik. De bidden-en-vastenconferentie van Herman Boon Ministries wordt dit keer gehouden in Amersfoort. Met 650 mensen vasten we een week lang, en de dagen vullen zich met aanbidding en onderwijs.  Op dag twee krijgen we les over gebed. Herman spoort ons aan om elke dag minimaal één uur met God door te brengen in Bijbelstudie en gebed. Hij verwijst naar Jezus, die Zijn leerlingen vroeg om wakker te blijven terwijl Hij bad. Toen ze in slaap vielen, sprak Jezus Petrus aan met zijn oude naam – een verwijzing naar zijn oude natuur: ‘Simon, slaap je? Kon je niet eens één uur wakker blijven?’ Het herinnert ons eraan hoe gemakkelijk we in oud gedrag terugvallen. Juist daarom moeten we geestelijk wakker blijven. Bidden beschermt tegen verleiding en geeft kracht. Herman benadrukt dat een krachtig gebedsleven oefening vergt: dagelijks kiezen om af te rekenen met onze eigen wil en de Heilige Geest de ruimte te geven. Maar God geeft geweldige beloften: ‘Bid, en je zult krijgen’ (Matteüs 7:7); ‘Wat je vraagt in Mijn naam, zal Ik doen’ (Johannes 14:13); ‘Vertel in gebed aan God wat je nodig hebt’ (Filippenzen 4:6). Vol enthousiasme moedigt Herman ons aan gebeden op te schrijven, zodat zichtbaar wordt waar God heeft geantwoord. ‘Als je dit doet, groeit je geloof als een speer!’, aldus Herman. Hij vervolgt: ‘Waarom maken we geen wonderen mee? Omdat we niet bidden! Bid voor alles. Voor een vastgevroren autodeur, een kapot apparaat, een cadeau dat je nog moet kopen. Niets is onmogelijk voor God, maar je moet het wél vragen.’ Hij haalt Jakobus 4:2 aan: ‘U krijgt niets omdat u niet bidt.’ We moeten ons geloof laten zien door op deze beloften te gaan staan. Op de laatste dag van de conferentie, geldt code oranje vanwege stuifsneeuw, gladheid en slecht zicht. Ondanks Hermans advies om niet eerder te vertrekken – ‘Eerder weggaan is heel dom, het is de mooiste dag!’ – kiezen we toch voor veiligheid. We willen vóór het donker thuis zijn en de spits vermijden. Want … had Herman ons ook niet geleerd te luisteren naar innerlijke waarschuwingen (Handelingen 27)? En, niet onbelangrijk, Joost had duidelijk aangegeven dat vroeg vertrekken verstandig was. De terugreis verloopt gelukkig voorspoedig. Als ik de Willemstrjitte oprijd, opgelucht omdat Sheila en Alice veilig thuis zijn en ik mijn huis al kan zien, stuur ik iets naar rechts om een passerende auto ruimte te geven. En dan gebeurt het. Ik zit vast. Muurvast. Beide rechterwielen zakken in de modder. Aangemoedigd door de gebedslessen spreek ik mijn auto toe: ‘In Jezus’ naam: rij!’ Maar hoe vaak ik het ook herhaal – vooruit, achteruit, vooruit, achteruit – er gebeurt niets. Het gat wordt alleen maar dieper. Gelukkig is Joost vlakbij. God heeft mij tenslotte een man gegeven om mij te helpen. Wat een zegen! Joost komt met planken, een buurman sluit aan. Ondanks alle pogingen komt er geen beweging in de auto. Teleurgesteld kijk ik toe. Wat een deceptie. Op het moment dat ik de moed begin te verliezen, zie ik Joost naar iets zwaaien buiten mijn gezichtsveld. Dan draait een grote kraan de Willemstrjitte op. Wat een “toeval” dat die kraan daar precies op dat moment langsrijdt. Binnen een mum van tijd sta ik met vier wielen weer op de weg. Geloof betekent óók: niet zelf de oplossing verzinnen, maar vertrouwen dat God het op Zijn manier oplost.
16 januari 2026
Door Jesse Nutma De mensheid heeft laten zien tot veel in staat te zijn. Er zijn in het verleden geniale uitvindingen gedaan, waardoor we nu met elkaar kunnen bellen, waardoor we naar de andere kant van de wereld kunnen vliegen, waardoor mensen zoals ik ondanks een visuele beperking scherp kunnen zien en waardoor jij deze column vanaf een scherm(pje) kunt lezen. Toch blijkt de mens niet tot álles in staat, zo maakte de winterse neerslag van de afgelopen tijd duidelijk. Met man en macht werd er gestrooid, gegleden, geschoven, ge-de-iced en geschrabd, maar de sneeuw en het ijs kwamen zonneklaar als winnaar uit de strijd. Wegen onbegaanbaar, voetgangers onderuit, wisselstoringen op het spoor, auto’s die in de berm belandden, vliegtuigen die aan de grond bleven staan. We kunnen zoveel uitvinden, zoveel man- en vrouwkracht inzetten, maar uiteindelijk zijn we in onszelf maar nietige wezens. Een laagje sneeuw, en de hele zorgvuldig opgebouwde maatschappij is een paar dagen totaal ontwricht. De sneeuw maakte ons mensen nederig. Die nederigheid is ons als christenen (als het goed is) niet geheel vreemd. Wij hadden de wetenschap al dat we het niet zelf kúnnen doen. Wij geloven in een God die altijd machtiger is dan mensen. Daar hebben wij geen code geel, oranje of rood voor nodig. God heeft de schepping en natuur in zijn hand. En God kan ons laten genieten van die schepping. Want wat gaf het fraaie plaatjes, die práchtige witte wereld. En wat bracht het (naast alle ongemakken) ook veel moois: kinderen die (voor het eerst, want hoe lang was dit geleden?!) van steile witte heuvels konden sleeën, buren die elkaars stoep schoonschoven, mensen die op hun werk sliepen zodat de zorg ook in barre omstandigheden kan doorgaan. Het winterse weer gaf gelegenheid voor mooie verhalen. Dat de dooi nu weer is ingetreden, betekent trouwens niet dat de mooie verhalen hoeven te stoppen. Daarvoor blijft God altijd gelegenheid geven. Je hoeft er alleen maar je ogen voor te openen en om je heen te kijken.
9 januari 2026
Door Daniëlle Groen De afgelopen maanden merkte ik dat de vreugde in mijn leven stiller werd. Niet weg, maar gedempt. Alsof er een laag overheen lag. Langzaam begon ik te zien wat die laag was: mijn vreugde was nog steeds te afhankelijk van … mij. Van wat ík dacht, vond, voelde, meemaakte. Van mijn eigen gedachten over mezelf. En niet van wie God is. Kortom, mijn blik was (en is) nog te vaak op mezelf gericht, terwijl God het middelpunt hoort te zijn. Maar gelukkig is Gods trouw groter dan mijn tekortkomingen. Door het lezen en bestuderen van de Bijbel en het luisteren naar preken begon ik in te zien hoe belangrijk volgorde is, voor het ervaren van vreugde. Eerst de waarheid kennen, dan geloven dat die waarheid ook écht waar is … en dááruit ontstaat vreugde. Niet vanuit iets wat ik doe, of ergens waarin ik gehoorzaam, hopen dat er daarna rust of blijdschap komt. Zo werkt het niet. Tenminste, niet bij mij. Nee, echte blijvende vreugde ontstaat uit het mogen kennen van Hem, onze Schepper. Zo’n grote almachtige God, die naar ons persoonlijk omkijkt … Wow. Als je je verdiept in wie Hij is en wie Hij voor jou wil zijn, krijg je dan niet automatisch een lach op je gezicht? Geloven wat Hij zegt, ook wanneer dat botst met wat ik zelf denk of voel. Dat kan soms nederig lijken, maar is het niet eerder valse bescheidenheid, en uiteindelijk een vorm van ongeloof? Wat er in een preek een aantal maanden geleden werd gezegd staat me nog steeds bij: ‘Je moet niet minder van jezelf denken, maar minder áán jezelf’. Ik hoef niets te bewijzen en kan niets volbrengen. Hij heeft alles volbracht, aan het kruis van Golgotha. Daar mag ik naar kijken, in diepe dankbaarheid. Rustend in wie Hij is, breng ik bewust tijd door in Zijn nabijheid. Misschien herken je dat geniepige stemmetje dat je oplegt dat je dingen ‘moet’ doen, omdat het goed zou zijn. Ik merk dat vreugde die na dat soort omstandigheden of bepaald gedrag volgt, bij mij nooit echt standhoudt. De vreugde van de Heere daarentegen staat vast. En die vreugde geeft juist kracht, motivatie en moed om gehoorzaam te zijn. Niet andersom. Je schiet zo het ‘werken’ in, heb ik gemerkt. Ik ontdek steeds opnieuw dat ik geen vaste grond ben om op te bouwen. God is dat wel. Het is ironisch: jarenlang zocht ik het in zelfontwikkeling en new (c)age. Alles draaide om omarmen van je eigen kracht, je zogenaamde potentieel. Ik heb er een allergie van gekregen, want die ‘kracht’ bleek gewoon vermomde zelfredzaamheid. Nu leer ik iets anders: mijn denken wordt niet vernieuwd door mijn eigen wijsheid, maar door de waarheid van God, waaraan ik mij leer toevertrouwen. Ik probeer mijn denken te vernieuwen. In Zijn Woord. Vreugde die blijft, omdat ze komt van Hem. Ik ben zo enorm veranderlijk, maar Hij is en blijft altijd dezelfde.
2 januari 2026
Door Nico Zwart Nee, niet de mensen buiten de kerk. Wij. De mensen buiten de kerk doen het sowieso verkeerd. Kerst is onlosmakelijk verbonden aan Jezus. Maar het grootste deel van Nederland kent Hem niet, en viert toch kerst. Dan gaat het mis. Dat verwijt ik hen niet. Dat is geen onwil, maar een gebrek aan kennis. Maar wij vieren het ook verkeerd. En dat verwijt ik ons wel. Wij hebben die kennis namelijk wél. Ik vond dat Timo het mooi verwoordde in zijn preek tijdens de kerstnachtdienst. December is een marathon geworden. We beginnen bij Sinterklaas, gaan door naar Kerst en sluiten af met Oud en Nieuw. En maar rennen, vliegen, haasten. Op adem komen lukt niet. Wat een drukte. En ja, wij vieren kerst in de kerk. We staan er uitgebreid bij stil. Kijk eens wat we allemaal organiseren als kerken in de omgeving: een kerst-sing-in, een kerstkuier, kerstnachtdiensten, een kerstfeest voor de kinderen, kerstgezinsdiensten. Kerst dit, kerst dat. ‘Mooi toch?’, hoor ik je zeggen. Dat is toch juist de bedoeling? Stilstaan bij de geboorte van Jezus. Dit was het eerste jaar dat ik niet betrokken was bij de organisatie van een kerstdienst. Niet bij het kinderkerstfeest, niet bij de kerstgezinsdienst en niet bij de kerstnachtdienst. Ook in de kerk van mijn ouders hielp ik andere jaren altijd mee. Dit jaar niet. Het lukte simpelweg niet. Ik ben gestopt met mijn werk en begin in het nieuwe jaar een sociale werkplaats in Dokkum. Maar juist doordat ik dit keer aan de zijlijn stond, werd ik me extra bewust van alle kerstdrukte. Druk met alles wat we organiseren. Met alles wat we moeten. En laat ik duidelijk zijn: ik denk dat het goed is dat we onze tijd steken in de geboorte van Jezus. Maar daarnaast is er alles wat er ook nog bij hoort. Kerstdiners met je eigen gezin. Met schoonfamilie. Met vrienden. Of juist kerst overleven, omdat iedereen leuke dingen doet, behalve jij. Je zou graag aanschuiven aan tafel, maar de uitnodiging blijft uit. Misschien mist er iemand aan je tafel. Iemand die weggevallen is, dit jaar of eerder. Of er zit juist iemand aan tafel die je er liever niet bij zou hebben. En als het dan eindelijk januari is, zijn we kapot. Van al die gezelligheid. Van alle verplichtingen. Van al dat moeten. Moe. Kapot. En wat blijft er dan hangen? Kerst draait om de geboorte van Jezus. Alleen dat. Dat was geen schattig tafereeltje. Dat was bittere noodzaak. Denk aan Hem, hangend aan het kruis, roepend naar Zijn Vader: Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten? Dat begint met kerst. Daar worden Vader en Zoon van elkaar gescheiden. Omdat wij er met z’n allen een puinhoop van maken. Daarom kwam Hij naar de aarde. Om uiteindelijk voor onze zonden te sterven. Ik weet niet of al die decemberdrukte daar wel bij past.
19 december 2025
Door Renske Willems Afgelopen weekend maakte ik een Indiase curry met mijn laatste zelfgekweekte pompoen. Er zaten zoveel zaden in dat ik een handvol bewaarde. De pompoen was volledig rijp en de zaden waren goed ontwikkeld. Voorzichtig veegde ik het vruchtvlees weg om ze te drogen. Eigenlijk hadden ze gefermenteerd moeten worden, zodat de gelachtige zaadlaag verdwijnt die de kieming kan remmen. Hoewel de winter nog moet beginnen, ben ik in gedachten mijn moestuin alweer aan het inrichten. De compost ligt er al en de kippen pikken gretig alle slakkeneitjes weg, wat in het voorjaar veel scheelt. De eerste sprieten knoflook staan zelfs al boven de grond. Dit jaar wil ik opnieuw tomaten opkweken uit zelfgewonnen zaad. Die zaden komen uit de Coeur de Boeuf-tomaten die we afgelopen zomer op de Franse markt kochten. Joekels van vleestomaten die wel 500 gram kunnen wegen. In 2019 lukte het me al eens en kweekte ik een exemplaar van 710 gram. Dat ik mijn dochter met die tomaat op de foto zette, moet je me maar vergeven. Vol enthousiasme probeer ik het deze zomer opnieuw. De omstandigheden zijn ideaal: na tien jaar heb ik eindelijk een afdak, zodat de planten droog staan en phytophthora geen kans krijgt. Eind februari begin ik binnenshuis met voorzaaien. Dan volgt het spannendste moment: komt het zaad wel op? De wereld van zaden is wonderlijk. Er zijn lichtkiemers, koudekiemers en warmtekiemers. Koudekiemers hebben langdurige kou nodig om de kiemrust te doorbreken; vaak is een winterperiode voldoende. Andere zaden hebben een harde zaadhuid die pas kiemt na schurende omstandigheden, zoals wrijving door zand of passage door een maag. Dat vergt geduld: soms duurt het jaren. Het meest bijzonder vind ik sequoiazaden, die vuur nodig hebben om te ontkiemen. De hitte van een bosbrand opent hun kegels en laat de zaden vrijkomen. En als het lukt, breekt dat magische moment aan: het zien van de eerste frisgroene blaadjes. Later volgt opnieuw die blijdschap wanneer de vruchten verschijnen – joekels van pompoenen en tomaten. Voor mij is dit niet los te zien van bekering en vrucht dragen. Daarom bid ik voor vrienden en hun partners die niet geloven. Zoals de volhardende weduwe in Lucas 18, die bleef aandringen en niet opgaf. Uiteindelijk kreeg ze wat ze vroeg, niet omdat de rechter rechtvaardig was, maar omdat ze bleef volhouden. Ik vertrouw erop dat God recht doet aan vurige gebeden uit een oprecht hart. Dat het soms langer duurt, komt misschien doordat er eerst een afdak nodig is, een winterperiode, schurende omstandigheden, of juist warmte en licht. Ik begrijp dat God die omstandigheden laat gebeuren voordat Hij het hart bereikt en de kiemkracht vrijzet. Daarom dank ik nu alvast voor de vruchten die zullen komen.
12 december 2025
Door Jesse Nutma Het liefst zou ik elke dag minimaal een uur stille tijd willen houden, elke week drie keer willen hardlopen, elke maand vijf boeken willen lezen en elk jaar twee keer de hele Bijbel willen hebben gelezen. O ja, en het zou ook leuk zijn als ik daarnaast een goede echtgenoot, fijne zoon, belangstellende vriend, dienend gemeentelid en gewaardeerde collega ben. We stellen onszelf – bewust en onbewust – vaak allerlei doelen en eisen. En als je ze niet haalt, heb je gefaald, schiet je tekort. Als ik naar mijn (in sommige gevallen ietwat overdreven) eisenlijstje kijk, schiet ik in alles tekort. ‘Begin waar je bent, niet waar je denkt te moeten zijn.’ Zo luidt het credo van de studie die we nu volgen met onze kring. Je hóéft niet meteen daar te zijn waar je wil zijn. Dat kun en mag je niet van jezelf verwachten. (En als dat jou wel lukt: vertel me je geheim!). Als je dat wél verwacht, en het lukt niet, raak je ontmoedigd en houd je uiteindelijk helemaal geen stille tijd, lees je überhaupt niet uit de Bijbel, sport je niet meer, of wat er ook op jouw to-do-lijst staat. En dat kan niet de bedoeling zijn, toch? Voel je dus niet direct schuldig als je met vijf minuten stille tijd begint, in plaats van een uur te reserveren. Of als je begint met één kilometer hardlopen, in plaats van met een marathon. Of als je één hoofdstuk uit de Bijbel leest, in plaats van een volledig bijbelboek. Begin waar je bent, en ontdek hoe heerlijk het is om hier tijd voor vrij te zetten. Een ander mooi principe uit deze studie dat me bijbleef: ‘Geef God het beste moment van je dag.’ Ik hou van de ochtend en vind het geen probleem om mijn wekker eerder te zetten om mijn dag te beginnen met Hem. Maar ik ken ook mensen voor wie dit als een gruwel in de oren klinkt. Als jouw ‘beste moment’ ’s middags, ’s avonds voor het slapengaan of op een onchristelijk tijdstip midden in de nacht is, be my guest. Het gaat er niet om wanneer je het doet, maar dat je het doet. Ik vind het mooi dat Paulus zich in de brieven die hij schrijft realiseert dat hij aan feilbare mensen schrijft, net als jij en ik. Met enige regelmaat roept hij de gemeente of persoon aan wie hij de brief schrijft op om te ‘streven’, of ‘na te jagen’. Bijvoorbeeld in 1 Timotheüs 6:11: ‘Streef naar rechtvaardigheid, vroomheid, geloof, liefde, volharding en zachtmoedigheid’. Volgens Van Dale betekenen ‘najagen’ en ‘streven’: iets met inspanning probéren, of iets ten doel stellen. Oftewel: doe er je stinkende best voor! Het mag ook ons streven, ons doel zijn om – met vallen en weer opstaan – het goede te doen. In jouw persoonlijke leven tijd voor God vrijmaken, zodat je daarvan mag uitdelen aan de mensen om je heen.
5 december 2025
Door Daniëlle Groen Ik koester nog steeds de momenten waarop ik vorig jaar aan mensen mocht vertellen dat ik de Heere Jezus had leren kennen. Sommige gesprekken raakten me in het bijzonder: mensen van wie ik dacht dat ik ze goed kende, bleken óók christen te zijn – en hadden dat nooit gedeeld. Huh? Het herinnert me eraan hoe waardevol het kan zijn om open te zijn over wat God in je leven doet. Hoe vaak laten we onze verhalen ongehoord, terwijl ze bedoeld zijn om te delen? Getuigen kan op veel manieren. Soms door woorden, vaak juist door hoe je leeft. Mensen merken het als je liefdevol, eerlijk en integer bent. Zo’n houding opent deuren om over Jezus te praten – op je werk, in je gezin, bij vrienden of waar je dan ook maar bent. Bepaalde momenten, zoals biddend in de auto voordat je naar je werk gaat, kunnen een verschil maken in de sfeer om je heen. Maar soms is het spannend om echt te spreken. Angst voor ongemak of afwijzing kan ons laten zwijgen. Ik merk dat ik zelf ook moet leren onderscheiden wanneer stilte wijs is en wanneer mijn ongemak of onzekerheid me tegenhoudt. Beschikbaar zijn voor God is een keuze. Ik heb gemerkt dat als ik bid om kansen om te getuigen, God mensen op mijn pad brengt. Het moment dat je denkt: ‘Eigenlijk moet ik nu …’ – dan weet je genoeg. En dan heb je weer die keuze: gehoorzaam je, of niet. Spannend? Ja. Uit eigen kracht? Nee. We mogen vertrouwen dat God ons kracht geeft en de juiste woorden. Hij gebruikt onze bereidheid, niet onze perfectie, want helaas, perfect is niemand van ons. Het is bijzonder en vervullend als je merkt dat Hij je gebruikt. Het vraagt dat we ons eigen ongemak ondergeschikt maken aan Hem; een soms ongemakkelijk en pijnlijk, maar vooral bevrijdend proces. Het goede nieuws vertellen hoeft niet op een spectaculaire manier; vaak gebeurt het in kleine, dagelijkse momenten. Een glimlach, een luisterend oor, een woord van bemoediging – het kan allemaal een ingang zijn om te delen wat Jezus in jouw leven betekent. Getuigen is een keuze, en die keuze kan gevolgen hebben. Niet kiezen ook. Hier in Nederland zijn die gevolgen (nu nog) minimaal vergeleken met vervolgde christenen wereldwijd. Laten we die kostbare vrijheid gebruiken om beschikbaar te zijn voor Gods werk. Een leven dicht bij Jezus is soms oncomfortabel, maar brengt diepe vervulling. Misschien is het de moeite waard om te overwegen: blijven we soms zitten uit angst, terwijl we geroepen worden tot actie?
28 november 2025
Door Nico Zwart Ik heb een tijd-tic. Altijd ben ik bezig met tijd. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Ik moet overal op tijd zijn. Niet te vroeg, niet te laat. Maar als ik moet kiezen? Dan liever te vroeg. Op de vaste route die ik rijd naar mijn kantoor in Leeuwarden, heb ik markeerpunten in mijn hoofd. Elk punt vertelt me precies hoelang ik nog onderweg ben. Vijf minuten van mijn huis naar de Centrale As. Zeven minuten later sla ik af richting Leeuwarden. Als ik via de andere kant rijd, is het van deur tot deur precies dertig minuten. Tien minuten naar de rotonde in Holwert. Tien minuten naar de rotonde in Hallum. Tien minuten tot aan mijn werk. Je mag het gerust nameten; het klopt precies. Mits je je aan de snelheid houdt, trouwens. Als Hetty belt om te vragen hoe laat ik thuis ben, geef ik nooit een schatting. Geen ongeveer. Ik weet precies hoe lang het nog duurt: elf minuten. Of zeventien. Een tijd-tic, zoals je het negatief kunt noemen. Ik noem het liever anders: ik hecht waarde aan tijd. Ooit opgelopen bij Talant en ik ben er nog steeds dankbaar voor. Ik weet nog dat ik een jongetje mocht begeleiden dat nóg meer waarde hechtte aan tijd dan ik. Met hem moest ik altijd duidelijke afspraken maken. En die moest ik nakomen ook. Als we om 15.30 hadden afgesproken, dan klopte ik niet om 15.29 op zijn deur, en ook niet om 15.31. Precies zoals afgesproken: 15.30. “Kom je op tijd, Nico?” vroeg hij weleens. “Dat doe ik toch altijd?” zei ik dan. “Nee hoor,” antwoordde hij direct, en hij wist meteen een voorbeeld te noemen van een keer dat ik te laat was. Ik verontschuldigde me: “Toen moest ik bijspringen bij een escalatie op een andere groep.” Maar dat interesseerde hem niets. Voor hem was het simpel: tijd is tijd. Mede door hem ben ik een mooier mens geworden. Heel wat jaren geleden kreeg ik op mijn toenmalige huiskring een opdracht: elke dag tien minuten stil zijn. Gewoon even helemaal niets. Stilte om te luisteren. Misschien wilde God wel iets zeggen. Hoe vaak ratelen we niet maar door? We brengen alles bij Hem, sluiten af, en gaan weer verder. Of we verzuchten dat God zo weinig zegt, terwijl we Hem eigenlijk nooit de ruimte geven om te spreken. Daar was deze opdracht voor bedoeld. “Ja,” zeg je misschien, “maar dat kun je toch niet regisseren?” Nou, dat jij eens tien minuten je mond houdt, is prima te regisseren. Maar of God in die stilte iets zegt, dat bepaal je natuurlijk niet. Mijn tien minuten stilte plaatste ik destijds tussen Holwert en Hallum. En hieronder wil ik graag delen wat God in al die jaren tot me gesproken heeft, daar tussen Holwert en Hallum: Klopt. Ik heb nog nooit wat gehoord. Maar toch probeer ik het sinds een aantal maanden opnieuw: stille tijd. Elke ochtend van zes tot zeven. Heerlijk…
21 november 2025
Door Yvonne Nutma Het is alweer bijna een jaar geleden dat ik mijn pols blesseerde tijdens een potje padellen in februari. Halverwege september ben ik eraan geopereerd. Ik zal je de details besparen, maar het werd een complexe operatie en de chirurg gaf aan dat ik de komende maanden weinig tot niets zou kunnen met mijn rechterhand. En ze heeft gelijk gekregen … Waar ik voorheen alles zelf deed, heb ik nu voor alles hulp nodig: veters strikken, brood smeren, douchen, mijn haar, mijn kleren aan, om maar een paar dingen te noemen… Ik werd afhankelijk. Afhankelijk van anderen, van hun hulp, zorg, aandacht en tijd. Begrijp me niet verkeerd, de lieve schatten om me heen wilden dit met alle liefde doen, maar degenen die me een beetje kennen, weten dat ik liever zelf hulp bied dan ontvang. Mijn onafhankelijkheid en zelfstandigheid moest ik inleveren en dat viel niet mee. Alles kwam voorbij: boosheid, frustratie en pijn, omdat ik toch zelf probeerde de was op te hangen. Onmacht, verdriet en angst, omdat ik me afvroeg of ik ooit mijn pols weer zou kunnen gebruiken. Tot ik besefte dat het op deze manier wel hele lange weken zouden worden. Ik bedacht dat het misschien toch beter zou zijn om me over te geven aan de situatie waarin ik zat. Het te accepteren en te kijken naar wat nog wél lukte. En ook te kijken naar wat voor les ik er voor mezelf uit zou kunnen halen. Net zoals ik mij moest overgeven aan de hulp van anderen, zo begint ook het leven in afhankelijkheid van God met overgave. God vraagt van ons dat we afhankelijk zijn van Hem. Onze boosheid, verdriet, pijn, onmacht, frustratie overgeven in Zijn hand. Afhankelijk zijn heeft alles te maken met vertrouwen. Als ik afhankelijk wil zijn van God, mijn Hemelse Vader, zal ik Hem eerst volledig moeten vertrouwen en dat is een keuze. En die keuze moet ik elke dag weer opnieuw maken. Afhankelijkheid van God betekent: verbonden zijn met Gods oneindige geestelijke krachtbron, waar jij en ik als christen kracht uit kunnen putten. In Johannes 15:5 staat: “Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Als iemand in Mij blijft en ik in Hem, zal hij veel vrucht dragen. Maar zonder Mij kun je niets doen”. Afhankelijk zijn is geen zwakheid, maar juist kracht, omdat het de weg baant voor Gods kracht. Hoe meer ik leef in afhankelijkheid van God, hoe dichter bij God ik ben. Ik heb mijn lesje geleerd. Deze column typen met één hand is ook nog een lesje in geduld…